08 november 2016

Haweya Ali (20) is tweedejaars Juridisch-administratief dienstverlener

Woont: met haar moeder en broertje.
Bijbaan: Ik was leidinggevende bij Dirk van den Broek, nu ga ik bij Blokker werken.
Hobby's: Koken en wandelen.
Relatie: Nee.
Grote voorbeeld: Mijn oom, die net als mijn moeder is gevlucht voor oorlog. Hij was leergierig, heeft gestudeerd en nu heeft hij een mooie positie en is hij gelukkig.
Levensmotto: Wees gelukkig, wat je ook doet. Of je nou voor de klas staat of het Nederlandse volk vertegenwoordigt.
Beste advies: Volg je hart, van Jan Kion, teamleider op mijn middelbare school.
Mooiste compliment: Van een mevrouw in de apotheek. Ik  was acht jaar en vertaalde voor mijn moeder. De mevrouw gaf me een hartje dat  open kon. Ze zei: wat goed dat je dit voor je moeder doet. Dat vond ik zo fijn,  omdat er veel mensen waren die het niet oké vonden dat ik mijn moeder hielp.  Maar ik vind: het is het minste dat ik terug kan doen. Af en toe was het een  belasting, maar het is en blijft mijn moeder. Als kind was het mijn keus om  haar te helpen. Was fijn dat die mevrouw mijn keus om dat te doen voor vol  aanzag.

 

Anderen helpen

'Groeien heeft een enorme aantrekkingskracht op mij. Ik ben ambitieus. En best heel streng voor mezelf. Dat is tegelijk mijn valkuil. Want: de bedoeling van groeien is dat je gelukkig wordt. Maar ik werd juist te  perfectionistisch. Ik lette bovendien vooral op het geluk van anderen. Mensen zien mij vaak als een moederfiguur of als een juf. En ik vind dat leuk! Het past  nu eenmaal bij mij, zo ben ik: best volwassen voor mijn leeftijd. Ik ben geïnteresseerd in de politiek en de maatschappij. Omdie reden zit ik ook in de studentenraad, zo vertegenwoordig ik de studenten. Maar ik heb ook de neiging mezelf weg te cijferen. Dan neem ik te weinig rust. Besteed te weinig tijd aan dingen die ik belangrijk vind, zoals school. En als ik dan slechte cijfers haal voel ik: ik heb gefaald.'

 

Leren van tegenslag

'Docenten en mijn beste vrienden hebben mij geholpen hiermee om te gaan. Toen ik vorig jaar bleef zitten, zeiden sommige docenten  dat ik beter kon stoppen met de opleiding om me te richten op mijn persoonlijke  leven. Andere docenten lieten mij juist de situatie van de positieve kant  bekijken. Ik ben blijven zitten, maar ik heb niet gefaald. Want: ik heb vorig  jaar zoveel geleerd, nieuwe mensen ontmoet, een sterke band met docenten opgebouwd. Ik heb geleerd ze te vertrouwen en hulp te vragen als dingen niet goed gaan. In plaats van alles voor mezelf te houden. Ik merk dat het werkt.  Als ik problemen deel met docenten of mijn vrienden, dan lucht dat op.  Bovendien leer ik veel van de manier waarop zij over de situatie denken. Van mijn docenten heb ik ook geleerd te reflecteren. Dus: na een dag school terugkijken. Hoe ging het? Hoe voelde ik me? Wat kan er beter en wat ging er goed? Niet doorrennen maar af en toe stil staan en terugkijken.'

 

Milder voor mezelf

'Ik ben milder voor mezelf geworden. Een jaar geleden zou ik gezegd hebben: als ik later geen carrière krijg in de politiek, dan ben ik niks waard. Mijn geluk haalde ik uit prestaties. Nu haal ik plezier uit wat  ik doe, niet uit wat ik bereik. Ik ben nog steeds streberig hoor. Maar er is meer rust. Eerst wilde ik alles in één keer. Maar dat gaat niet, het werkt niet. Ik geniet nu van het moment, van de route. Van het groeien en van het leren. Als ik 's ochtends wakker word, dan heb ik er zin in. Op de fiets naar school zit ik te mijmeren over mijn leven en over wat de dag gaat brengen. Ja, ik kan wel zeggen dat ik gelukkig ben.'